Menu

Digitale weerbaarheid begint bij het schoolbestuur

Auteur Hanneke van Stigt Thans

De Staat van het Onderwijs 2026 bevat een cijfer dat blijft hangen. Een derde van de schoolleiders komt onvoldoende toe aan onderwijskundig leiderschap. Dat is het deel van het werk waar het eigenlijk om draait. De dag gaat op aan vervanging regelen, administratie wegwerken, gesprekken met ouders en afstemming met de gemeente. Dat cijfer zegt iets over de ruimte die er in scholen is. Als het primaire werk al onder druk staat, kan een opgave die in omvang en urgentie toeneemt daar niet ongemerkt bij schuiven. Ze vraagt om een bewuste keuze over waar ze wordt belegd.

Die opgave is digitale weerbaarheid. Scholen zijn sterk afhankelijk geworden van digitale systemen, en een verstoring raakt de continuïteit van het onderwijs. Wanneer een leerlingadministratie dagenlang plat ligt, is dat geen kwestie die de ICT-coördinator in stilte afhandelt, maar iets waarvoor het bestuur verantwoordelijk is. In juni bracht de inspectie hier een apart onderzoek over uit, met een uitkomst die twee kanten laat zien.

Want er gebeurt al veel. De inspectie ziet dat besturen zich bewust zijn van de dreiging en maatregelen nemen, met incidentprocedures, bewustwording en werk aan informatiebeveiliging. In het funderend onderwijs neemt de aandacht toe en is professionalisering zichtbaar, en het ondersteunende veld met kennis, normenkaders en instrumenten helpt daarbij. De inspectie beveelt die samenwerking zelfs expliciet aan. Tegelijk blijft de opgave zwaar: vooral kleinere besturen kampen met beperkte capaciteit en expertise, en veel bestuurders geven aan dat de dreiging zich sneller ontwikkelt dan zij kunnen bijhouden.

De inspectie legt de vinger bij iets anders. De operationele maatregelen zijn vaak verder ontwikkeld dan de bestuurlijke en strategische kant, en digitale weerbaarheid is nog niet overal opgenomen in de bestuurscyclus. De vraag is dus niet of er kennis en hulpmiddelen beschikbaar zijn, maar of een bestuur die een vaste plek geeft in de organisatie.

Daar zit een onderscheid dat in mijn werk telkens terugkomt. Een ondersteunende organisatie kan een bestuur voorzien van kennis, instrumenten en voorzieningen. Wat ze niet kan, is namens dat bestuur bepalen wie eigenaar is van digitale sturing, hoeveel capaciteit ervoor vrijkomt en hoe het onderwerp een plek krijgt in strategie, begroting en toezicht. Dat is het deel dat een bestuur zelf moet organiseren, en het is ook het deel waar de verankering nu nog achterblijft.

De volgende stap in digitale weerbaarheid ligt daarom op bestuursniveau. De vraag is wie eigenaar is van digitale sturing, waar de vraagstukken thuishoren en welke expertise daarbij hoort. De uitvoering kan elders in de organisatie liggen, maar de eindverantwoordelijkheid laat zich niet wegdelegeren, en gaat vooraf aan de vraag welke technische oplossing erbij past.

Contact

Spoetnik 20, 3824 MG Amersfoort

Neem contact op