Het opvallende aan informatiehuishouding is niet dat organisaties het belang ervan onderschatten. Dat doen ze meestal niet. Het opvallende is dat ze vaak niet weten wie er werkelijk eigenaar van is.
Dat patroon zie ik keer op keer in de opdrachten die Bureau Luider begeleidt. De urgentie is er. Niemand hoeft meer uit te leggen dat goede informatiehuishouding belangrijk is voor dienstverlening, verantwoording en ketensamenwerking. Maar zodra de vraag is wie er bestuurlijk voor staat, wordt het stiller.
Het Meerjarenplan Digitale Informatiehuishouding 2026–2030 schetst de dilemma's: de spanning tussen openbaarmaking en te beschermen belangen, de groei van digitale informatie, de wens om meer regie te voeren over eigen systemen en data. Wat geen meerjarenplan vanzelf oplost, is eigenaarschap. Daarvoor moet in de organisatie duidelijk zijn wie de verantwoordelijkheid bestuurlijk kan dragen.
In de praktijk zie ik: verantwoordelijkheid voor informatie is zelden helder belegd. Een beetje bij ICT, een beetje bij de juridisch adviseur, een beetje bij de archiefmedewerker. En dus bij niemand echt. Bij een gemeente die meer datagedreven wil werken maar niet weet wie hierin bestuurlijk eigenaar is. Bij een onderwijsorganisatie die met een Woo-verzoek wordt geconfronteerd en ontdekt dat de interne informatiestromen nergens goed zijn beschreven. De situatie verschilt, het patroon niet.
Procedures en beleidsafspraken helpen pas als iemand de verbinding legt tussen informatie, verantwoording en bestuurlijke keuzes. Iemand die begrijpt hoe informatie stroomt, wat dat betekent voor dienstverlening en besluitvorming, en die dat vertaalt naar keuzes die directie en bestuur daadwerkelijk kunnen maken. Informatiekundig scherp én bestuurlijk geloofwaardig.
Dat profiel is moeilijk te vinden. Niet alleen omdat het schaars is, maar ook omdat het lastig te herkennen en te positioneren is. Organisaties weten vaak niet precies wat ze zoeken totdat ze zien wat er ontbreekt. Wie dat profiel wél weet te vinden en te benoemen, bouwt aan een fundament dat verder reikt dan een meerjarenplan. Daarop kunnen organisaties ook later nog uitleggen en verantwoorden hoe besluiten tot stand zijn gekomen.